Beoordeling noordelijke Regionale Transitie-arrangementen

Alle 41 regio’s hebben op 31 oktober 2013 hun  Regionaal Transitie Arrangement Jeugd (RTA) ingediend. Het RTA beschrijft de wijze waarop de regio de continuïteit van zorg, infrastructuur en de benodigde omvorming wil regelen. De RTA’s van Groningen, Fryslan en Drenthe zijn alle drie door de Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ) met ‘code oranje’ beoordeeld. Dat wil zeggen dat met extra maatregelen de afspraken nog tijdig gerealiseerd kunnen worden.

Lees verder voor het commentaar van de Transitiecommissie

Regionale Transitie-arrangementen

Alle regio’s hebben Regionale Transitiearrangementen ingediend

Alle 41 regio’s hebben op 31 oktober 2013 hun  Regionaal Transitie Arrangement Jeugd (RTA) ingediend. Het RTA beschrijft de wijze waarop de regio de continuïteit van zorg, infrastructuur en de benodigde omvorming wil regelen.

De RTA’s voor Fryslan, Groningen en Drenthe

Fryslan en Drenthe hebben ieder een arrangement gemaakt waarbij de voorbereiding in 2014 start en afspraken zijn gemaakt voor 2015 en 2016. Tussentijds zijn evaluatiemomenten ingebouwd om afspraken te herzien of te herbevestigen.
Het RTA Groningen gaat uit van een geleidelijk scenario. Dit betekent dat er niet vanaf 1 januari 2015 voor 100% volgens de nieuwe werkwijze wordt gewerkt, maar dat er een overgangsperiode komt, die loopt tot uiterlijk 1 januari 2018.

Beoordelingen door de Transitiecommissie Jeugd in drie categorieën

De Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd (TSJ) onderscheidt drie verschillende categorieën:

  1. regio’s die of al met aanbieders afspraken hebben gemaakt over zorgcontinuïteit en behoud van zorginfrastructuur of met helderheid over het beschikbare budget snel tot afspraken kunnen komen (“code groen”);
  2. regio’s die met extra maatregelen, processtappen en voorbereidende werkzaamheden nog tijdig deze afspraken kunnen realiseren (“code oranje”);
  3. regio’s waar de TSJ niet verwacht, ook niet wanneer helderheid is over de budgetten, dat tijdig afspraken met aanbieders gemaakt kunnen worden (“code rood”).

De drie RTA’s in het noorden zijn door de Transitiecommissie alle drie beoordeeld in de categorie 2. Landelijk valt overigens 80% van de RTA’s in deze categorie.  De Transitiecommissie oordeelt dat Drenthe het verst gevorderd is van de drie noordelijke regio’s.

Tekst beoordelingen van de drie noordelijke RTA’s

Drenthe
Het RTA is het resultaat van een proces van samenwerking van aanbieders, gemeenten en Bureau Jeugdzorg. De regio kent al enkele jaren een intensieve samenwerking op het gebied van jeugd, die de regio in staat stelt om in het RTA nadrukkelijk een brug naar de transformatiedoelstellingen te maken. De regio heeft te maken met een groot verschil tussen het budget van de meicirculaire 2013 en de gegevens van de uitvraag bij aanbieders. Daarom kunnen nu geen definitieve budgettaire afspraken worden gemaakt. Het samenwerkingsproces is zo goed dat dit snel kan plaatsvinden na het verkrijgen van helderheid over het macrobudget.

Friesland
De regio licht toe in de laatste weken vooral bestuurlijk belangrijke stappen gezet te hebben en dat ook de gesprekken met aanbieders gevorderd zijn. De regio biedt een afnamegarantie van 80 % en zal nadrukkelijk monitoren of aanbieders in de problemen komen teneinde hulp te kunnen bieden . De gemeenten willen met de continuïteit van passende zorg en voortgang van de omvorming (transformatie) als primaire doelstelling bijdragen aan het beperken van de mogelijke frictiekosten bij de aanbieders.Aanbieders geven aan dat zij op grond van dit RTA geen garanties voor de behorende ombuigingen (bijvoorbeeld: “mens volgt taak”) te  kunnen bieden als er geen aanvullende afspraken worden gemaakt. De aanbieders blijven wel met de regio in gesprek voor het vinden van oplossingen. De regio geeft aan dat zij het maken van concrete afspraken in de tijd naar voren trekt.

Groningen
De regio geeft aan dat het grootste probleem voor het maken van budgetafspraken de onhelderheid is over het macrobudget. Niet alleen heeft deze regio te maken met een grote discrepantie tussen het budget van de meicirculaire 2013 en de gegevens van de uitvraag, maar de regio kent een relatief hoog PGB-gebruik.
De samenwerking met de aanbieders is in korte tijd aanzienlijk geïntensiveerd met een ‘kernteam’ van de aanbieders. Ook heeft de regio een strak tijdpad opgesteld voor de concretisering van het RTA.

Planning

De uitwerking van de bestuurlijke, inhoudelijke, juridische en financiële kaders in Friesland vindt voor 31 december 2013 plaats. Dat is de uiterlijke datum waarop aan de potentiële aanbieders de kaders en randvoorwaarden voor het Omvormingsplan bekend wordt gemaakt. De aanbieders krijgen vervolgens de tijd tot april 2014 om met een omvormingsplan  te komen. In dit aanbod moet de transformatie zichtbaar worden.  De omvormingsplannen zullen worden getoetst door de gemeenten.
Via het omvormingsplan wordt een geleidelijke transformatie van de jeugdzorg mogelijk gemaakt. In het vervolgproces zijn zowel voor het RTA als het omvormingsplan periodieke evaluatiemomenten opgenomen. Mocht het omvormingsplan niet voldoen, dan behouden de gemeenten zich het recht voor om, passend binnen de wettelijke kaders, de transformatieperiode te laten eindigen op 31 december 2015.

In Drenthe presenteren zorgaanbieders uiterlijk in april 2014 een transformatieplan waarin zij de gewenste complete zorginfrastructuur, hun aandeel en inzet ten behoeve van de kwaliteitsverbetering van de preventie dienstverlening
en de gestelde transformatiedoelen uitwerken.
De betrokken zorgaanbieders hebben in dit regionale transitiearrangement afgezien van een nadere duiding van hun budgettaire aandeel binnen het jeugdzorgbudget voor 2015 en 2016; die toedeling komt aan de orde in het genoemde transformatieplan. In het RTA Drenthe worden de maatwerkarrangementen, die per cliënt worden samengesteld en passen binnen de sluitende ketenjeugdzorg als essentie voor de transformatie beschouwd. Het uiteindelijke doel van de transformatie jeugdzorg is dat er (vroegtijdig) breder naar de vraag van de cliënt gekeken en geluisterd wordt en dat de preventieve dienstverlening een groter deel van de totale zorgvraag op kan lossen.

Voor de uitwerking van het RTA Groningen is een transformatieagenda opgesteld.
In Groningen zijn veel zorgen geuit over (te weinig) financiële middelen voor een goede uitvoering.

Succesfactoren RTA

De Transitiecommissie Stelselherziening Jeugd ziet het opbouwen van ‘vertrouwen’ als een basisvoorwaarde voor succes. Regio’s die hebben geïnvesteerd in ‘goed opdrachtgeverschap’, in de verbinding tussen transitie en transformatie, in een goede informatiepositie en in duidelijke, meerjarige afspraken.
Wanneer in een RTA afspraken gemaakt worden tussen gemeenten, aanbieders, Bureaus Jeugdzorg en huidige financiers voor de jaren 2014, 2015 en 2016, dan vormt het arrangement een stevige samenwerkingsbasis voor de toekomst. Niet alleen spreekt hier vertrouwen in elkaars positie uit, maar ook biedt het partners de mogelijkheid afspraken te maken over kennisoverdracht, transformatie en zorgcontinuïteit. Aanbieders kunnen hiermee op een verantwoorde wijze invulling geven aan hun taakstelling en daarmee de frictiekosten beperken: want men weet waar men aan toe is voor de komende jaren.

Gemeenten sterke behoefte aan inzicht in het budget

De TSJ herhaalt haar aanbeveling dat het Rijk uiterlijk 1 december 2013 zodanig beter inzicht in het budget van gemeenten voor 2015 geeft, dat dit voldoende basis is voor gemeenten, aanbieders en BJZ’s om concrete afspraken over zorgcontinuïteit te maken.

Lezing ‘Wat werkt’: Ridder de Vries

Samenvatting lezing Ridder de Vries

In 2008 is de ketensamenwerking tussen Stichting Welzijngroep Sedna, Icare (Jeugdzorg tot 4 jaar), GGD (JZ 4-14 jaar) en Bureau Jeugdzorg Drenthe gestart in het kader van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van jeugdzorg. In 2010 is de samenwerking omgevormd tot een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Essentieel bij deze ‘verbouwing’ was:

  • Antwoord op de vraag: wie stuurt wat aan
  • Samenwerking moet vanzelfsprekend zijn
  • Omgaan met cultuurverschillen
  • Effectiviteit

Verschillende organisaties bieden dezelfde producten; wie heeft welke rol? De gemeente heeft de rol van opdrachtgever; de gemeente Emmen geeft subsidie aan de organisaties.

Ridder en Ilse en Jasper

Er is een stuurgroep van directeuren van de betrokken organisaties opgericht die de grote lijnen uitzet. Het Managementsteam (teamleiders) is verantwoordelijk voor de uitvoering en vormt feitelijk het CJG. De professionals ontwikkelen en voeren uit. Ridder de Vries is door de gemeente Emmen aangesteld als onafhankelijke procesleider, die zich niet met de inhoud bemoeit.

De voorlopers van het CJG waren de consultatiebureaus en jeugdgezondheidszorg etc. Het gaat erom uit ‘de identiteitscrisis’ te komen. Medewerkers zijn zowel medewerker van de GGD als medewerker van het CJG. Hieraan is gewerkt door o.a. visitekaartjes te maken en gezamenlijke trainingen te organiseren voor de partners die het CJG gingen vormen. Er is een gezamenlijk opleidingsplan ontwikkeld. Hierdoor zijn de cultuurverschillen verkleind en leerde men elkaar beter kennen. Met de methodiek van oplossingsgericht werken wordt de eigen kracht van gezinnen/jongeren versterkt.

Professionals voelen zich nu meer onderdeel van het CJG. Dat gevoel is werkenderwijs ontstaan. Dat komt mede omdat medewerkers van het CJG op meer dan 100 locaties werken( scholen, consultatiebureaus, peuterspeelzalen). Er zijn verschillende vormen van afstemming (1-2 tjes bij voorschoolse voorzieningen, 1,2-3 tjes bij het primair onderwijs, etc). Er is slechts 1 CJG- loket in de gemeente Emmen en deze is gevestigd in het pand van de Stichting Welzijnsgroep Sedna. Dit CJG-loket dient vooral als informatie- en ontmoetingspunt en is in de praktijk vooral goed bereikbaar voor de professionals.

Vier organisaties, i.c. Welzijngroep Sedna, Icare, de GGD-Drenthe en de gemeente Emmen, hebben het contract voor het CJG getekend. In de praktijk vervullen daarnaast ook andere relevante organisaties, zoals MEE-Drenthe en hulpverleningsorganisaties een rol in het CJG.

Er is één taal en cultuur door eenheid in werkwijze: oplossingsgericht werken en positief opvoeden (soort Triple P). De eerste stappen naar een pedagogisch klimaat worden gezet met het ontwikkelen van dorps- en wijkplannen. Er worden niet alleen voor ‘grijs en groen’ plannen ontwikkeld, maar ook voor het sociale aspect. De CJG-partners worden geraadpleegd en betrokken bij het opstellen van de dorps-en wijkplannen van ‘Emmen-Revisited’.

Met de transitie zie je dat alle organisaties zich willen profileren. De gemeente Emmen heeft daarom de regie in de samenwerking naar zich toegetrokken middels de procesregisseur. De gemeente Emmen werkt samen met de buurgemeenten Borger-Odoorn en Coevorden aan gezamenlijke website, communicatie, coördinatie en bereikbaarheid. Deze samenwerking op regionaal niveau sluit ook goed aan bij de organisatie van de GGD Drenthe, Icare en Bureau Jeugdzorg die zowel provinciaal als regionaal schaal zijn georganiseerd.

De colleges moeten in dit proces de WAT vraag bepalen en de organisaties de HOE vraag uitwerken.

In de gemeente Emmen zijn 6 gebiedsteams opgezet. De eerste vraag is naar bredere leefomgeving: investeren in sport, pedagogisch klimaat, school e.d. Daarbij niet aankomen aan de dingen die goed zijn.

In het CJG is er 1 contactpersoon voor ouders. Dit is een generalist, maar geen schaap met 5 poten. Het is iemand met een brede kijk die snel een specialist erbij kan halen, indien nodig. Er wordt niet verwezen, maar erbij gehaald.

Het meten van effecten, daarover moet nog worden nagedacht. Het moet in ieder geval meer resultaatgericht zijn dan voorheen. Ook zijn er nog vragen over dossierbeheer. Bij multi-problem-situaties is er nog geen sprake van 1 dossier op 1 plek.

In Emmermeer is een mooi voorbeeld van 4 scholen en kinderdagverblijven die geïnvesteerd hebben in een positief leefklimaat.


Naar aanleiding van de discussie:

  • In Nieuw Zeeland mag er niet meer dan 1 casemanager tegelijkertijd zijn. Als er steeds meer casemanagers komen is het risico groot dat er steeds dieper gekeken wordt. Doorgaans zien scholen en politie echter de belangrijkste misstanden wel. Daar kom je al een heel eind mee.
  • We moeten ons realiseren dat gezinsinterventies op bepaalde leeftijden geen/weinig effect hebben. Kan dus op bespaard worden als dat dan ook niet meer wordt gedaan.
  • Terug naar de Wat-vraag: daar moeten we het eens over worden; als we het daar niet over eens worden blijven alle betrokken organisaties met elkaar strijden.
  • Belangrijk om interventies niet door elkaar te husselen; dan zijn ze niet meer effectief.
  • We dreigen af te slaan naar meer generalistisch werken, maar daar zit een groot gevaar in. Vooral als de generalist zelf gaat handelen kan het mis gaan; behandelaars hebben over het algemeen affiniteit met, en zijn daarmee goed in, het uitvoeren van een beperkt aantal interventies.
  • Er is een beweging in Nederland die zegt dat we specifieke interventies niet meer nodig hebben, maar dat is problematisch waar het kinderen en jongeren met ernstige problematiek betreft. De golf van generalistisch werken is dan te ver doorgeschoten.
  • Ook is het een groot risico als er teveel interventies tegelijkertijd worden gebruikt.
  • Als CJG-medewerkers goed geschoold zijn, dan kunnen zij wel goed een bijdrage leveren aan preventie.

 

Over JAN

NB: de website van JAN wordt vanaf januari 2018 niet meer geactualiseerd.

Wilt u advies over jeugdbeleid dan kunt u nog steeds contact opnemen met Els Kornelis of Marieke Berghuis via het contactformulier.

Effectief jeugdbeleid en jeugdzorgbeleid

Onafhankelijk, praktisch en verbindend

Jeugdadvies Noord is een netwerk van zelfstandige professionals en gespecialiseerde bureaus die gemeenten en maatschappelijke organisaties ondersteunen bij het ontwikkelen van jeugd(zorg)beleid, met name bij de transitie van jeugdzorgtaken van de provincie naar de gemeenten. Wij helpen gemeenten en maatschappelijke organisaties om goede en betaalbare zorg  te organiseren en te voldoen aan de nieuwe wettelijke eisen.

Onderzoek en beleidsontwikkeling

Wij ondersteunen organisaties bij het (verder) ontwikkelen van beleid:

  • Jeugdbeleid
  • Beleidsontwikkeling wijk- en gebiedsteams
  • Versterking van sociale teams en Centrum Jeugd en Gezin in de samenleving
  • Transitie en transformatie van provinciale jeugdzorg naar gemeenten